Robert wie? Inderdaad. De naam Robert Fuchs zegt veel mensen niet meer. Toch was hij in zijn tijd terecht beroemd. Nog vóór zijn dertigste gaf hij les op het conservatorium van Wenen en als je bij Fuchs mocht studeren had je wel wat in je mars. Een paar van zijn leerlingen waren bijvoorbeeld Jean Sibelius, Geroge Enescu, Erich Wolfgang Korngold, Gustav Mahler, Alexander von Zemlinsky, Hugo Wolf en Franz Schrecker, voorwaar niet de minsten.
Fuchs was een bewonderaar van Brahms, en dit klarinetkwintet zou zelfs kunnen worden opgevat als een eerbetoon aan laatstgenoemde. Terwijl het kwintet van Brahms in feite al de zwanenzang van een muzikaal tijdperk was, nam Fuchs de luisteraar nog verder terug in de tijd, naar een gemoedelijk Biedermeier salon namelijk, waar hij, afgeschermd van de buitenwereld, kon genieten van een charmante Weense lyriek à la Schubert (openingsdeel) en rustige harmonieën à la Brahms (de finale).
.

Klarinet primus inter pares
Net als zijn grote voorbeeld en mentor behandelde Fuchs de klarinet voornamelijk als een primus inter pares, dat wil zeggen dat haar klank dikwijls samensmelt met het timbre van de vier strijkers.

Het openingsthema van het eerste deel heeft dezelfde souplesse die je ook bij Brahms vaak tegenkomt, en ook de begeleiding van dat thema doet sterk aan Brahms denken.vHet tweede deel is een scherzo met een vluchtig thema, sterk contrasterend met het trio, dat een modernere versie van de barokke musette is.

Betovering
Van het langzame deel, andante sostenuto, gaat een soort betovering uit die je soms ook bij Beethovens langzame stukken terug vindt. Dat komt zeker ook door de toonsoortwisselingen. Net als Brahms – en Mozart – gebruikt ook Fuchs een set met variaties in de finale.
Fuchs legde de laatste hand aan zijn stuk op 29 mei 1914, maar het duurde nog vijf jaar – ruim een wereldoorlog – voor het gepubliceerd werd.

Het Klarinet Kwintet van Lars Wouters van den Oudenwijer speelde dit stuk tijdens hun concert op 27 oktober 2018.