De tweede suite van het concert van Daniël van der Hoeven is een echte Franse suite, gemaakt door de man die zich graag musicien français noemde. De titel is ontleend aan een regel uit het gedicht Clair de Lune van Paul Verlaine, maar het ritme, waarnaar ‘bergamasque’ verwijst (snelle zes-achtste maat, accent op de vierde tel) komt in het hele stuk niet voor.

Debussy heeft vermoedelijk vooral de mysterieuze en

galante sfeer van Verlaines gedicht willen treffen, evenals zijn land- en tijdgenoot Gabriel Fauré, die voor orkest een Suite masques et bergamasquesop. 112 schreef.

De Prélude heeft een geïmproviseerd karakter. Dat komt mede doordat het stuk rubatogespeeld mag worden: temposchommelingen zijn toegestaan en hier en daar voorgeschreven.

.
Het menuet doet denken aan de 17een 18e-eeuwse menuetten: sierlijk en lichtvoetig. In het midden van dit deel steekt echter kortstondig een emotionele storm op, waar het volume opeens forte wordt, en snelle dalende toonladders een schaduw werpen over het zonnige tafereeltje.

En dan de beroemde Clair de Lune! Heel dromerig en feeëriek horen we hoe een lied zich mengt met het licht van de maan over het stille landschap. De ogenschijnlijk onbestemde harmonieën en schommelende ritmes laten precies horen wat Debussy tot een groot vernieuwer maakte.

De suite sluit af met een van oorsprong Bretonse dans, de passepied. Het is een virtuoos stuk, mede door de verschillende ritmes in de linker- en de rechterhand, maar juist daardoor levert het een prachtig gecompliceerd klankbeeld op. Debussy zou dit stuk al begonnen zijn in 1890, maar hij voltooide het pas in 1905.

Kom luisteren naar deze suite door Daniël van der Hoeven op zaterdag 24 november.